De vraag naar elektriciteit groeit hard, terwijl de grenzen van ons energienet in zicht zijn. Tegelijkertijd willen we versneld af van fossiele brandstoffen om onze klimaatdoelen te halen én minder afhankelijk te zijn van internationale spanningen en marktschommelingen. Dit vraagt om een energiesysteem van de toekomst: onafhankelijk en betrouwbaar, betaalbaar en fossielvrij. Omdat opwek, warmte en infrastructuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, moeten we hierop nu gezamenlijke keuzes maken op regionaal niveau. Daarom gaan we werken aan de RES 2.0.
In de RES 2.0 maken we afspraken om gezamenlijk te bouwen aan een energiesysteem dat optimaal bijdraagt aan onze ruimtelijke en economische groeiopgave. Om toe te werken naar een regio die ook in de toekomst over voldoende en schone energie beschikt om onze ambities voor 2050 te realiseren.
In ons bod in 2021 hebben we bewust gekozen voor een hoge ambitie die past bij de groei van de regio en om voorbereid te zijn op de extra opgave die nog volgt na 2030. Tegelijk leek deze ambitie ook realistisch op basis van de uitgebreide verkenning die we destijds hebben uitgevoerd. Het totaal aan projecten en ambities in de regio op dat moment telde op tot meer dan 2 TWh. De jaren erna zijn we als betrokken overheden hard aan de slag gegaan om projecten verder te concretiseren en tot realisatie over te gaan. In deze periode is echter het speelveld veranderd. We zijn tot de conclusie gekomen dat we ons bod van 2 TWh niet vóór 2030 gaan halen.
Hiervoor zien we de volgende oorzaken:
- Radarhinderbeperkingen vanuit de vliegvelden in onze regio (daling van 0,2 TWh in de prognose voor de ontwikkeling van windparken).
- Nieuwe regels voor zonnevelden op land in de Provinciale Omgevingsverordening (daling van 0,3 TWh in de prognose voor de ontwikkeling van zon-op-land).
- Toenemende netcongestie, waardoor projecten niet kunnen worden aangesloten.
- Voor sommige projecten blijkt (nog) niet voldoende maatschappelijk of politiek draagvlak.
Meer uitleg is te vinden in de Voortgangsrapportage RES 2025.
Gemeenten, provincies en waterschappen stelden 30 energieregio’s in Nederland samen die elk inmiddels een RES 1.0 maakten. In elke regio werken gemeenten, provincies en waterschappen samen met inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties. De 30 regio’s zijn nu bezig met de uitvoering van de RES 1.0 en waar nodig een herijking RES 2.0.
Ons elektriciteitsverbruik stijgt flink door bijvoorbeeld elektrische auto’s, warmtepompen en verduurzaming industrie. Daarom is hernieuwbare energie met zon en wind nú nodig, met name in de buurt van plekken waar veel elektriciteit verbruikt wordt of gaat worden. De meeste windmolens komen op zee, maar wind op land is ook nodig: de ruimte op zee is eindig vanwege andere functies. Ook zorgt opwek op land dat vraag en aanbod dicht bij elkaar kunnen komen. Dat is wenselijk: enerzijds vanuit kostenoogpunt (minder netuitbreiding nodig) anderzijds helpt het om netcongestie te verminderen. De mix van zon en wind is ook belangrijk voor een stabiele levering, omdat wind en zon op een ander moment stroom leveren.
Er wordt ook wel ingezet op andere technieken in de toekomst, maar veel technieken laten nog een tijdje op zich wachten.
Zie ook het Nationaal Plan Energiesysteem.
Gemeenten en externe stakeholders hebben stap voor stap de volgende vragen doorlopen:
- Wat past binnen ons landschap?
- Waar zijn kansen voor koppeling met andere opgaven?
- Wat is er mogelijk binnen wetgeving?
- Wat is de impact op het elektriciteitsnetwerk?
Om ervoor te zorgen dat het milieubelang in de belangenafweging goed wordt meegenomen hebben we een milieueffectrapport (planMER) laten opstellen.
Vervolgens hebben we input opgehaald bij alle gemeenteraden, provincie, de 2 waterschappen en onze stakeholders. Op basis van al het onderzoek, en de input die we hebben ontvangen vanuit de volksvertegenwoordiger en stakeholders, zijn de zoekgebieden in beeld gebracht.
Geconcludeerd is dat we 2 TWh kunnen en willen bijdragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWh in 2030. Deze inschatting is gemaakt door enerzijds de bestaande en geplande projecten in kaart te brengen en anderzijds een inschatting te maken van de nog toekomstige realisatie van ‘no regret’ maatregelen (o.a. zon op grote daken) en van duurzame energieprojecten in zoekgebieden, zoals windparken en zonneparken. Zie verder de onderstaande afbeelding.

*V/o staat voor ‘verspreide opwek/energie ten dienste van’.
Zie onderstaande afbeelding:

Alle gemeenteraden zijn nadrukkelijk betrokken bij het RES-proces. Vaststelling van de RES gebeurt door de gemeenteraden.
Er vindt landelijk veel afstemming plaats tussen de regio's en met de ministeries. De coördinatie hiervoor ligt bij het 'Nationaal Programma RES', getrokken door de drie koepels (VNG, IPO, en Unie van Waterschappen) en de ministeries van EZK en BZK.
Door de komende jaren vol in te zetten op energiebesparing en daarmee zo snel mogelijk te beginnen, willen we voorkomen dat onze regionale opgave voor duurzame energie-opwek en de warmtetransitie nog groter wordt dan ze al is. De rol van de regio en de gemeenten hierbij is om hierin het initiatief te nemen en te faciliteren, stimuleren en regisseren. Hierbij wordt rekening gehouden met landelijke ontwikkelingen en acties op het gebied van besparing. Er wordt, samen met de betrokken partijen, gewerkt aan besparingsplannen voor de doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk Vastgoed.
Veel gemeenten zijn al bezig met initiatieven om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Bijvoorbeeld via een project als de Groene Zone waarmee inwoners volledig ontzorgd worden bij de aanschaf van zonnepanelen.
We streven ook naar zoveel mogelijk zon op dak. Die opwek is echter niet voldoende. De landelijke opdracht voor opwek van 35 TWh houdt al rekening met veel zon op dak. De landelijke opgave van 35 TWh komt daar dus bovenop.